Brandonderzoek brandweer Flevoland en Gooi & Vechtstreek
Brandonderzoek is het systematisch verzamelen, vastleggen en analyseren van informatie na een brand. Bij brandonderzoek kijken onderzoekers naar het brandverloop en de effecten van bluswerkzaamheden. Om het brandverloop goed in beeld te kunnen brengen is het van belang dat er eerst een ontstaansgebied wordt gevonden. Wanneer hier een mogelijke oorzaak van de brand wordt gevonden is dit mooi meegenomen maar dat is voor brandonderzoek geen hoofdzaak.
Naast het onderzoek van brandverloop en de inzet richt de brandonderzoeker zich ook op de bouwkundige en installatietechnische brandveiligheid. Daarbij worden ook zaken als gebouwconstructie, aanwezige installaties, inrichting en menselijk handelen meegenomen. Hoe hebben aanwezige gehandeld, hebben alle brandpreventieve voorzieningen goed gewerkt en waren er geen bouwkundige manco's waardoor de rook of de brand zich snellen kon verspreiden.
Brandonderzoek brengt dus in kaart welke factoren hebben bijgedragen aan het ontstaan, de ontwikkeling, de gevolgen van de brand en de inzet van de brandweer. Alle bevindingen worden zorgvuldig vastgelegd en geanalyseerd.
Geschiedenis team brandonderzoek
In 2012 start Flevoland met brandonderzoek en in 2014 volgt Gooi & Vechtstreek.
Op dit moment bestaat het Team Brandonderzoek in Flevoland en Gooi & Vechtstreek uit vijf personen. Samen onderzoeken zij tussen de 20 en 40 branden per jaar. Elke gebouwbrand wordt door brandonderzoek digitaal nagelopen. Vaak staan er al gegevens in de informatie van de meldkamer om een beeld te vormen en door de gegevens over te nemen kunnen we veel data verzamelen en trends registreren.
Het brandonderzoek
Het onderzoeken van een brand duurt bij elkaar ongeveer 10 tot 16 uur. Hiervan zijn de brandonderzoekers ongeveer een halve tot een hele werkdag kwijt aan onderzoek op de brandlocatie.
De rest van de tijd zit in verslaglegging: in het verleden maken de brandonderzoekers een zogenaamde “Nieuwsflits” waarin zij hun bevindingen beschrijven. De laatste tijd wordt er vaak al met de ploeg na de inzet bevindingen besproken of komt brandonderzoek op een oefenavond langs bij de betrokken posten om de bevindingen te delen. Na grote incidenten wordt er tegenwoordig vaker een leertafel georganiseerd. Tijdens deze speciale avonden komen bevelvoerder, officier van dienst (OVD), hoofd officier van dienst (HOVD) en alle andere betrokkenen bij elkaar om een brand te bespreken en evalueren.
Brandonderzoekers proberen altijd in tweetallen te werken. Kan dat niet met een brandweer collega dan sluit hij /zij aan bij de verzekeringsexpert of forensische opsporing van de politie (FO).
Dit wordt in eerste plaats omdat ze samen meer zien en dus nauwkeuriger onderzoek kunnen doen, maar ook om (valse) beschuldigingen van bijvoorbeeld diefstal van kostbaarheden te voorkomen. Via forensische opsporing van de politie maakt team Brandonderzoek regelmatig gebruik van speciaal opgeleide politiehonden die getraind zijn in het opsporen van vluchtige brandstoffen zoals benzine en spiritus. Aanwezigheid van zulke stoffen zegt iets over het verloop van de brand en in sommige gevallen ook over de oorzaak. Informatie die voor zowel de brandweer, de verzekering als de politie van groot belang is.